Bij nader inzien

Bij nader inzien

In de hal van het gasthuis wachten wij op degene die er over gaat. Een dag eerder werden we gebeld door iemand van de leiding. Het betreft mijn schoonvader. Hij is een tijdje geleden in de instelling opgenomen en wil daar weg. Terug naar zijn appartement en dat kan best, vindt hij. Hij wil ook naar buiten want hier zit hij maar te verstinken. Dat hij niet kan lopen is voor hem geen probleem. De leiding heeft tegen hem gezegd dat hij het beste een scootmobiel kan aanschaffen. Dat geeft hem vrijheid.

Mijn vrouw maakt bezwaar. " Mijn vader is 86 en helemaal niet meer in staat om zo'n ding te bedienen,"zegt ze. Ze wil een gesprek. Daarom zitten we nu hier.

In de hal is alles in beweging. Er schuifelen in elkaar gehaakte vrouwen voorbij die ons vriendelijk toeknikken en daarna zomaar in een tegenoverliggende gang  verdwijnen en we zien mannen met rollators die bekommerd de herinnering aan hun laatste marathon achter zich laten. Naast de ingang zie ik een scootmobiel en een jongeman die de indruk wekt dat hij er alles vanaf weet. Terwijl ik naar het schouwspel kijk staat opeens de mevrouw voor ons die er over gaat.

"Anja," zegt ze zonder enige toelichting. We schudden handen en ze wijst naar een afgeschermde ruimte met grote ramen in een gedeelte van de hal. Of we haar willen volgen. 

We gaan zitten en ik vraag me af wat wij eigenlijk moeten bespreken. Volgens mij staat het voorwerp waar het om draait al klaar en hoeven wij enkel nog maar te tekenen voor de aanschaf. Ik kijk naar mijn vrouw die al direct gezegd heeft dat ze dat niet van plan is. Nu niet en nooit niet. Ze zwijgt onheilspellend.

Anja merkt niets. Ze rommelt in een stapeltje papieren, mompelt 'even kijken even kijken' en deelt ons dan mede dat er een probleempje is. Het betreft de vader van mijn vrouw die tevens mijn schoonvader is, zegt ze vormelijk. Maar dat eigenlijk het probleem bij ons ligt omdat wij bezwaar maken tegen een voorstel van het huis.

Mijn ogen dwalen af naar de hal. Ik zie de liftdeur open gaan en ik zie hoe mijn schoonvader in een rolstoel uit de lift komt. Een verpleegster die achter hem aan loopt duwt hem naar de plaats waar de scootmobiel staat. De stralende jongeman schudt hem enthousiast de hand en met de hulp van de verpleegster die een zekere handigheid bezit in de omgang met ouderen hevelt hij hem over naar de scootmobiel, waar hij hem vervolgens verrast met knopjes en dingetjes die vanalles mogelijk maken.

Mijn schoonvader schrikt van de onoverzichtelijkheid. Te schreeuwerig. Te veel kermis.

" Uw vader komt dan dus nooit meer buiten," hoor ik Anja verwijtend zeggen. Wij moeten ons schamen. Maar voor ik daar aan begin kijk ik naar mijn vrouw en wijs haar op het tafereel in de hal, waar haar vader nu radeloos naar het dashboard staart en vertwijfeld een keuze probeert te maken omdat hij denkt dat dat van hem wordt verwacht. Hij drukt op een willekeurige knop en zoeft stuurloos achteruit door de openstaande schuifdeuren de straat op. De jongeman die zojuist nog geestdriftig ergens op stond te wijzen en nog lang niet klaar was met zijn uitleg ziet zijn scootmobiel verdwijnen en rent met een kreet achter mijn schoonvader aan die op dit moment waarschijnlijk wordt verpletterd door een voorbijrazende vrachtauto.  Anja heeft niets gezien omdat ze er met haar rug naar toe zit en zanikt gewoon door. Er is geen speld tussen te krijgen.

Mijn vrouw en ik staan gelijktijdig op, verlaten de ongezellige ruimte waar we niets meer te zoeken hebben en rennen naar buiten.

Voor het gebouw staat de jongen met een verhit hoofd te bellen. Mijn schoonvader zit met zijn scootmobiel in een bloemperkje.

" Haal me d'r uit," roept hij.

Add a Comment